28 juli 2008

Van batukau naar Air Sanih

De nacht was maar zozo. De kamer noch het bed zijn mugdicht, er zitten er veel cicaden en net onder ons raam is er een watervalletje: natuurgeluiden, akkoord, maar met lichte slapers is zelfs dat te veel. Maar bon, de ochtendstond onthult de top van de berg en het ontbijt is Ok. Ik reken het hotel af met cash geld daar er geen GSM ontvangst is en de draadloze credit card terminal niet wil werken.

Rai komt ons oppikken en we vertrekken naar Bedugul. Eerst moeten we weer over de slechte weg van Jatiluwih. Tot nog groter ongenoegen van onze chauffeur moeten we weer betalen voor dit genoegen. We reden verder en onderweg zie ik een boer zijn rijstveld omploegen met een buffel. Daar wil ik wel een foto van. We stoppen en ik stap uit om een foto te trekken. Als ik een vriendelijke groet roep naar de man, nodigt hij me uit om zelf even achter de ploeg te komen lopen. En zo loop ik even later achter de ploeg op een Balinees rijstveld. Niet dat ik er veel van terechtbreng, maar de Balinese instructies van de boer zijn nu ook niet erg duidelijk. Na twee voren getrokken te hebben, poets ik mijn Teva's in het water van een naburig rijstveld en rijden we verder. Het is een hele klim om tot bij het meer te komen. Eerst stoppen we bij de botanische tuin van bali. Dit is een erg mooi domein waar we in ronddolen om uiteindelijk de tuin met de orchideeën te vinden. Daarna rijden we verder naar de lokale markt. Met de chauffeur dwalen we erover rond en kopen er lokale kruiden en fruit. Lokaal zijn er een paar onbekende en erg lekkere soorten fruit. Daarna voert Rai ons na een eerste restaurant maar dat blijkt een overdrukke tourist trap te zijn waar alle chauffeurs hun klanten afzetten. Bij het vooruitzicht van nog een buffet sta ik op en gaan we naar buiten, we rijden een beetje verdernaar de Pura Ulun Danu of de tempel bij het meer die Michael in zijn hoofd had bij het Batur meer. Daar eten we op een terras met het zicht op het meer een eenvoudige schotel. Weinig bijzonder behalve dat Pauline wel erg lang op haar spaghetti moet wachten: moest ze ook maar Indonesisch eten bestellen!
We bezoeken daarna de tempel die weer erg mooi gelegen is. We zien hier toeristen uit alle landen en gidsen die Japan, Nederlands, Frans en zelfs Russisch spreken.
We vervolgen onze weg naar de Gitgit falls. Ondertussen vertelt onze chauffeur dat hij deze weg op regelmatige basis aflegt met zijn motor met (een deel van) zijn gezin erop. Hij woont in denpasar, zijn moeder in Sanah. Ik probeer het me voor te stellen, maar kan dat maar moeilijk hoe je met vrouw en je kinderen samen over deze weg motort gedurende een uur of twee. Bij de watervallen dient zich een lokale gids aan. Eerst wil ik die niet, maar uiteindelik vinden we toch een vergelijk en daar hebben we geen spijt van. De man vertelt ons alles over het kweken van de kruiden en specerijen: vanille, koffie, peper, paprika's: hij laat ons alle bomen zien en de bladeren ruiken: interessant. De watervallen zelf zijn indrukwekkend en mooi. de meisjes wensten dat ze hun badpak bijhadden. Jammer maar het is nu zo.
We vervolgen onze weg naar SingaRaja (leeuw koning). Onderweg zien we schoolkinderen die per klasje over de weg marcheren. Erg raar als je het eerst ziet: blijkt dat ze zich oefenen voor Onafhankelijkheidsdag op 17-08. Erg militair allemaal tot je ziet dat jongens en meisjes een mooie bloem achter het oor hebben zitten.
Vanuit Singaraja waar we enkel stoppen om geld bij te tanken rijden we verder naar Air Sanih. Daar hadden we hotel Tarah geboekt. Dat is volgens de chauffeur echter een vlooienhotel en hij overtuigt ons hotel Puri Sanih te nemen. Dat is niet veel beter en oorspronkelijk drie keer duurder. Na wat onderhandelen is de prijs voor twee kamers gehalveerd en doen we het toch. We installeren ons, kleden ons om en gaan daarna samen met de lokale bevolking zwemmen in de naastgelegen zoetwaterbron. Deze is zalig en een prachtige manier om de dag af te sluiten.
We eten vis in het restaurant van het hotel en ik sluit de dag af met een Balinese massage.