22 juli 2008

Olifanten allerhande en Balinese rosewijn

Ons ontbijt werd geleverd aan de kamer. Nadien maakten we ons klaar. Lazarus kwam aan met de rest van de bagage en we waren weer volledig. Nadien reden we naar een museum waar Philip, Valerie en Pauline achterbleven. Ik reed door met de drie meisjes naar een olifantenpark in de buurt.

Hier werden de beperkingen van onze chauffeur wel zichtbaar. Lazarus rijdt normaal rond met zakenmensen geinteresseerd in antiek. Toeristische frivoliteiten zijn niet echt zijn specialiteit.Dit gecombineerd met het feit dat zijn Engels niet echt dat goed is maakte dat hij eerst op de verkeerde plek was en nadien diende rond te vragen. Eind goed al goed echter en op het einde waren op de juiste plek.

Inkom betaald en gewacht voor onze olifanten. Na een 40 minuten wachten en kijken was het onze beurt. Sophie en Margaux gingen op een olifant. Caroline en ik op een andere. Wel leuk om op zulk een groot beest te zitten en praten met de temmer was ook de moeite. We stopten op een bepaald punt en namen enkele fotos. Onze olifant at de hele tijd. Op een bepaald punt brak hij zelfs een bananeboom af envertrappelde de stronk zodat hij aan de binnenkant van de boom kon. Bij terugkomst haalden de olifanten met ons erop nog een paar kunstjes uit: ze gingen op een stoel zitten en nog leuker, gingen in een bad met water en spoten op commando water uit hun slurf.

Philip en Valerie genoten intussen van de Balinese kunst. Na hun bezoek aan het museum wandelden ze naar Murni’s Warung, een restaurant op vier verdiepingen met een prachtig zicht op de riviervallei en op de jungle ertegenover. Die krioelde van de kleurrijke vlinders en vogels. Ook de bomen en alle hang en klimplanten waren het bekijken waard. Erg mooi en het eten was (weer) erg lekker.

Terug bij het hotel hebben we onze ervaringen vergeleken. Na even te zijn gaan zwemmen hebben we Ubud verder verkend. Valerie heeft hardnekkig niet genezende insectenbeten en schrijft zich in bij een doktersraadpleging om 1800.

Met de auto zijn we dan naar de olifantentempel gereden. Dat is een tempel bij de olifantenrivier. Uniek omdat er een Hindoe en een Boedhistisch heilgdom naast elkaar liggen. Eerst moeten Valerie, Michael en Philip een uitleensarong aandoen. We werden rondgeleid door een zeer goede gids die ons heel wat bijleerde over de Hindoe. De Boeddha tempel is in 1917 het slachtoffer gezorden van een aardbeving. Je bezoekt dan ook de brokstukken. Wat opvalt is dat er hier heel wat geschiedenis is, maar bewaard en bewaakt op zijn Indonesisch: veel improvisatie en weinig veiligheid. Hier en daar een bordje en voor de rest mag je klauteren en ploeteren tussen de rotsen. Wat opvalt is dat overal waar er plaats is er rijstvelden worden aangelegd. Aan water geen gebrek hier. Ook in het tempelcomplex wordt er rijst verbouwd.

Terug naar de auto waar we belaagd worden door wel erg hardnekkige verkopers. Maar het lukt ons toch om naar Yeh Puluh te rijden. Daar zijn er overblijfselen van een tempel midden in een arm boerendorp. Een interessante wandeling tussen de rijstvelden ernaartoe, weer begeleid door een gids en met een sarong aan. Vandaar rijden we spoorslags terug naar de doktersafspraak van Valerie.

De dokter is een wat oudere man die snel een accurate diagnose stelt en ons heenstuurt met de nodige medicamenten voor de ronde prijs van 20 US$! En we krijgen nog een papier mee om het in te brengen voor de verzekering.

Die avond gaan we eten bij Cafe Des Artistes, een restaurant gehouden door een Belg Margaux eet er met veel smaak van balleke in tomatensaus. We proberen de Balinese Rosewijn ipv het gewoonlijke Bintangbeer. Het zal nog erg lang duren voor die rose ergens anders dan in Bali te vinden zal zijn.....