10 juli 2008

Litchfield do again

Iets na zeven uur opgestaan en na even gewacht te hebben, alleen gaan lopen. Ik liep tot een meertje vlakbij en terug. De inspanning was er maar de goesting niet echt. Toen ik aankwam waren er tekenen van leven in het kamp. Ontbeten en toen even vlug met Philip eten gaan kopen in het dorpje vlakbij terwijl al de dames zich klaarmaakten. Eens terug van onze uitstap kamp opgebroken en naar Wangi falls gereden. Onderweg zijn we gestopt en hebben we hout gesprokkeld voor het vuur ’s avonds. We hadden allen zwarte handen van de houtskool op het hout daar bushfires hier vaak voorkomen en het hout op de grond vaak verkoold is. Enkele rangers daagden op maar we deden het juiste, namelijk hout rapen langs de weg ipv rond de kampplaats. Terug op weg en naar Wangi falls gereden. Daar kwamen we aan iets voor twaalf uur aan en we vonden een kampplaats waar beide onze voertuigen oppasten. Het was ideaal gelegen, vlak aan de toilet blok, vlak bij het pad naar de falls en vlak bij de vuilbakken. All creature comforts one desires. We zijn toen gaan kijken naar de waterval. Vrij veel volk, maar de waterval was fantastisch. Een vrij grote plas waarop twee watervallen uitkwamen. Het zag er de moeite uit. Er waren wel waarschuwings bordjes voor zoetwater en zoutwater krokodillen. De eersten zijn geen probleem. De tweede soort wordt in het oog gehouden en indien ze er zijn, wordt de waterval gesloten.(nu ja, de toegang toch). We zijn ons toen gaan omkleden en insmeren. Het water was fris maar viel mee eens we aan het zwemmen waren. Er was een ondiepe zandbank in het midden waar iedereen kon rusten voor we verderzwommen naar de waterval. De kleinste waterval had een mini jaccuzi. Je diende enkele meters de rotsen op te klimmen en dan was er een diep gat gevuld met warm water. Het was iets van een drie meter diep, gevuld tot de rand met lauw water, opgewarmd door de warme rots. Dit was een fantastische ervaring. Nadien ons afgedroogd en gaan lunchen.Na ons gesterkt te hebben, zijn we teruggegaan naar de waterval. Daar hebben we toen nog anderhalf uur gezwommen, op de rotsen geklommen en in de jacuzzi gehangen. Ongelooflijk. Nabij het meertje waren twee bomen vol met fruitbats. Margaux kon spijtig genoeg niet het water in daar ze een hoest had. Uiteindelijk het water achter ons gelaten en terug naar het kamp gekeerd. Een vuur gebouwd met het hout dat we ’s morgens gesprokkeld hadden. Dat brandde heel fel daar het poederdroog was.Na een tijdje de metalen bakplaat over het vuur laten zakken. De worsten die we er toen oplegden werden onmiddellijk zwart en waren vlug klaar. Nadien wachtten we even voor het vuur om wat af te koelen eer we de steaks op het vuur legden. Deze kookten in een tragere tijd met een iets minder geblakerd resultaat.