Comfortabel gezeten en goed gekoeld vertrekken we met als eindbestemming Batukau. Via Legian en Emiyak verlaten we Kuta en rijden tussen de rijstvelden en het groen. Onze eerste stop is in Pura Taman Ayun. Deze tempel werd ind e 18e eeuw gebouwd voor de koninklijke familie van Mengwi. De tempel ligt in een mooi aangelegd park en is omringd door een aangelegde slotgracht waarin prachtige lelies groeien. Het is er een oase van rust na de drukte van Ubud en Kuta. We wandelen er rond en rusten uit in een pagode bij de gracht. Daarna lopen we terug naar de auto.
We richten onze wielen nu naar Jatiluwih waar we een buffetlunch hebben met een prachtig uitzicht op de rijstvelden rondom ons. Het uitzicht is fantastisch, de buffetlunch maar zozo. Na het eten vertrekken we naar Batukau. Langs de weg worden we tegengehouden om entree te betalen om de weg te gebruiken: 1.5 euro voor ons allen zijn we kwijt. Een kilometer voorbij het betaalpunt verslechtert de weg tot de staat van unsealed road (zie ons bezoek aan Kakadu): hier moet je tol betalen voor een rotslechte weg. Rai verliest er gelijk zijn goede humeur bij. Hij is boos op zijn landgenoten voor zo een mistoestanden. Zelf vind ik het niet zo erg: het uitzicht is hier echt adembenemend. De kleine passagiers kunnen iets minder lachen met de draaiende, twistende en rammelende weg. Na een heel eind rijden komen we aan in de Pura Luhur Batukau. Dit is een voor de Balinezen erg belangrijke tempel: elk dorp heeft een dorpstempel, een markttempel en een dodentempel. Daarnaast zijn er nog een aantal tempels die een universele betekenis hebben en daar is deze er een van. Hij is gelegen op de flanke van de Batukau berg. Voor we binnenmogen, moeten we allemaal een sarong aan. Ik heb me er eentje gekocht en die kan nu gelijk aan. Ik moet enkel een ceremoniele sjaal lenen. De gebouwen liggen in een overvloed aan groene begroeing en zijn een kathedraal met een natuurlijk groen dak. De top is in wolken gehuld en het geheel baadt in een mysterieuze sfeer: groots.
Daarna rijden we naar ons hotel, het Prana Dewi Mountain Resort. Een centrum ook voor yoga en meditatie. het bstaat uit allemaal losse bungalows aangelegd in een tuin van rijstvelden. Tussen de rijstvelden liggen er allemaal vijvertjes en een netwerk van paadjes verbindt de bungalows met de receptie en eetzaal. We betrekken onze kamer. Terwijl ik een beetje rondkijk, rust Valerie wat uit en duikt Margaux in haar Nintendo DS spelletje. Om te avondeten eten we in de prachtige eetruimte met zicht op de tuin.
Daarna lezen we nog even in on de kamer vooraleer het licht uit te doen.