Na het ontbijt gaan Valérie en JP brood en een paar laatste boodschappen halen. Ondertussen werk ik de blog bij en lees nog wat. Als ze terug zijn zoeken we vrijwilligers voor een bezoek aan het nabije Penrhynn castle. Onze woning maakt deel uit van het uitgestrekte domein. Dat is volledig ommuurd met een twee meter hoge natuurstenen muur, zowel aan land- als aan zeezijde. Het kasteel zelf werd rond 1820 gebouwd door een meneer Pennant, parlementslid uit Liverpool die trouwde met de dochter van de adellijke familie die de grond bezat. Meneer Pennant was rijk geworden met de slavenhandel en met een suikerplantage in de Caraiben waar meer dan 500 mensen werkten, meestal slaven. Net als zijn collega's voelde hij de weerstand tegen de slavenhandel opkomen en begon te investeren in het nabije Wales waar hij een grote steengroeve begon en als een captain of industry erg bijdroeg tot de economische ontwikkeling. Een kasteel kon er dus wel af. En wat voor één! Een mastodont van een lookalike middeleeuwse burcht, met kantelen en torens. Van buiten indrukwekkend maar binnenin al evenzeer. Met voor de tijd moderne watergespoelde toiletten, mooi gelambriseerde kamers, Versailles-achtige salons. Naast de kwartieren van de rich and famous, was ook het bezoek aan de vertrekken van de bedienden verhelderend. Tot slot bezochten we het industrial railway museum dat er ook was ondergebracht. Na dit bezoek (dat we met drieën aflegden) keerden we terug naar ons huisje. Daar aten we en vertrokken dan naar Beaumaris. Daar hadden we een boottoer naar Puffin Island geboekt. Dat is een eiland net voor de kust van Anglesey dat het exclusieve domein is van 40 verschillende soorten van zeevogels. Het werd vernoemd naar de papegaaiduiker of Puffin. De tocht was fris maar de toer rond het eiland dat krioelt van de vogels was de moeite. Niet alleen zagen we de merkwaardige papegaaiduiker, maar ook zeehonden. We waren dan ook tevreden toen we terugkwamen. Omdat we nog geen echt strand hadden gezien, reden we nog verder Anglesey in op zoeek naar een mooi strand. Dat vonden we in Berwyn dat een zandstrand heeft. Daar speelden de kinderen een half uur in een beek die op het strand uitliep. Wij genoten van het uitzicht van oa een caravanpark dat uitkeek op het strand.
Hierna trokken we naar huis waar we begonnen met in te pakken, op te ruimen en schoon te maken. Dankzij een goede mentale voorbereiding waren de kinderen erg bereid om mee te werken.
Voor onze warme maaltijd trokken we terug naar The Boat Yard. Het eten was wel ok, maar de bediening bakte er niks van en leidde ertoe dat de borden wel erg gespreid aan tafel kwamen. Uiteindelijk kreeg JP zijn maaltijd gratis, aar toch. Dat hield ons niet tegen om twee flessen wijn soldaat te maken en te genieten van het uitzicht op de zee en de heuvels.
Terug thuis sloten we de week af met een kampvuur op het strand. De marshmallows waren al opgegeten, maar dat mocht de pret niet drukken. De jongens deden vuurtrukjes en wij keken erop toe dat het niet uit de hand liep. We waren allemaal gerookt op het einde, maar het uitzicht op zee, de lichtjes van Beaumaris aan de overkant, de sterren maakten er een magische avond van. Even voor middernacht doofden we het vuur en gingen we slapen.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten