01 augustus 2008

Van zeilboot naar straalvliegtuig


Even voor vijf uur word ik wakker. Ik heb met Madileo afgesproken om mee te gaan vissen. Ik neem een douche en kleed me aan in T-shirt en short en met een fles water en het fototoestel in de rugzak wandel ik door het donker naar het strand waar we hebben afgesproken. In het duister vermoed je meer dan je ziet de activiteit van vele vissers die zich klaarmaken. Nu en dan zie je de grijze schim van een vissersboot vertrekken. Ik vind Madileo en die vertelt me dat ik met zijn neef zal meevaren. Even later help ik de boot in het water leggen en klim aan boord.

We peddelen de zee op en even later gaat het zeil omhoog. De wind waait hier altijd uit het zuidoosten en met een strakke wind opzij vertrekken we met een fikse vaart de warme zee op. Boven ons strekt zich een prachtige sterrenhemel uit die voor ons al een beetje lichter wordt. Er staat een stevige golfslag en nu en dan krijgen we een plets water binnen. Na een half uur heb ik geen droge draad meer aan het lijf, maar koud is het niet. Links en rechts van ons zie ik tientallen andere bootjes die net als wij de zee opvaren. Voor ons uit zien we de lichten van vrachtschepen die naar de straat van Lombok varen. De schipper heeft intussen al de vislijn met tientallen weerhaken uitgezet. We zeilen verder de zee op.
Intussen ben ik getuige van een prachtige zonsopgang die ik op foto probeer vast te leggen. De bergen van Lombok zijn nu duidelijk te zien. Vissersbootjes vullen de hele zee. En we hebben beet. We draaien bij en het inhalen van de lijn begint. We zijn door een school makreel gevaren en de ene na de andere vis komt naar boven. Ze worden allemaal vakkundig van de lijn gehaald en in de bun gegooid. Even later wordt de lijn weer uitgezet en draaien we terug. Dat moet altijd voor de wind want met deze zeilen kan je niet door de wind gaan. En we zeilen weer. Het wordt almaar lichter en ik geniet van het uitzicht op Bali, op de zee, de golven en al die vissersboten rondom ons. Even hebben we nog geluk en halen we nog twee vissen binnen. Een half uur later halen we de lijn binnen en richten we de boeg naar onze baai. Maar door het bijliggen zijn we afgedreven en we moeten even opkruisen om terug bij onze landingsplaats uit te komen. Een redelijke vangst en ene mooie ervaring rijker. Ik betaal de visser voor de rit en ga terug naar het hotel. Daar spoel ik het zoute water af, leg mijn kleren te drogen op het gras en ga met de meisjes eten. Even later is Rai er. We laden de auto in en vertrekken naar Denpasar.

De rit voert ons langs kronkelende wegen met prachtige uitzichten. Maar mijn reisgenoten genieten er wat minder van wegens wagenziekte. Onderweg stoppen we even. We zijn getuige van minstens vier Hindoe ceremonies allerhande onderweg. Op een plek langs de oostkust zijn er minstens vijf groepen bezig met een crematie langs het strand. Het verkeer is even chaotisch als altijd. Tegen een uur komen we aan in Kuta. Daar gaan we eten bij Kafe Batu Waru en daarna nog even shoppen bij Discovery. Tegen halfdrie vertrekken we dan naar de luchthaven.

Daar worden we hoorndol van alle controles en paperassen die er nodig zijn om het land te verlaten: Bali laat je letterlijk niet gemakkelijk los. Uiteindelijk geraken we toch op tijd bij ons vliegtuig en met Thai Airways vertrekken we naar Bangkok. Daar moeten we 3,5 uur wachten. De luchthaven is er minder interessant als in Singapore maar wel OK. Vlak voor we moeten inschepen breekt er een onweer los waarbij horen en zien vergaat, maar binnen in de terminal kan je er droog naar kijken. Na vier keer gecontroleerd te zijn, mogen we dan toch in het vliegtuig gaan. Om middernacht stijgen we op richting Schiphol met een Boeing 747 van KLM. Einde van deze reis.