Onze reis naar het Zwarte Woud en de Bodensee
Juli 2002
We hebben dit jaar geen kaartjes gestuurd, maar dachten het dit jaar met een fotoverslag te doen. Net voor ons vertrek, kochten we een nieuwe digitale videocamera (JVC DVX 400ES voor de nieuwsgierigen) die je toelaat om prentjes uit je video te distilleren. Dat hebben we in dit verslag dan ook rijkelijk gedaan. De resolutie is laag gehouden om het bestand niet al te zwaar te maken. De beelden zijn echter ook in768 * 576 beeldpunten te verkrijgen voor de geïnteresseerden.
Dag 0: de voorbereiding
Na drie jaar naar Arcachon gereisd te hebben, wilden we dit jaar eens wat anders. Toen ik op het intranet een advertentie zag om een mobilhome te huren, besloten we zo op reis te trekken. Als bestemming kozen we voor iets dat deze keer niet te ver lag: Zuid Duitsland. Na het scouts kamp van Pauline zouden we vetrekken op maandag 8 juli. Zondag haalden we de mobilhome op en laadden deze volledig in, daarna pikten we ons kapoentje op op haar kamp.
Dag 1: maandag 8/7 Antwerpen – Sarreguemines.
We vertrokken uiteindelijk om 11.30 uit Berchem. Met een mobilhome ben je immers op reis de minuut dat je voor je deur vertrekt. We stopten nog eerst bij Self Made om een tafel te kopen om buiten te eten + houtskool. Eerst dan vertrokken we naar Luxemburg. Je kan wel denken dat we daar niet voor de middag waren, dus eerst stoppen in Naninnes voor de lunch. Konden we gelijk die tafel uitproberen. Voor de onwetenden onder jullie (behoorden wij ook toe tot we daar stopten), dit is een klein en lieflijk oerrustig Ardens dorpje dat er zoals vele andere nog mooier uitziet als de zon schijnt wat op maandag het geval was.
Na een verkwikkende maaltijd en noodzakelijke afwas (waar blijf je anders met de vuile borden) togen we weer op weg. De kinderen vinden het reuze in de mobilhome: ofwel liggen ze in hun bed boven op de stuurpost ofwel zitten ze achter ons op het trapje naar boven. We hebben merkelijk minder ruzie en gehannes dan bij een gewone rit met de auto. Zo bollen we tegen vier uur Luxemburg binnen. De vraag waar we nu eerst stoppen dringt zich op. We besluiten naar Sarregueminnes te rijden. Die eerste nacht was een beetje een gat in onze plannen. We hebben alle informatie over het Zwarte Woud en de Elzas maar niet voor de rit ernaartoe. Na de tank volgegooid te hebben aan 0.771 euro per liter rijden we dan de Tourkaravaan achterna in de richting van Saarbrucken. Op de radio horen we dat Erik Zabel erin geslaagd is om de gele trui op zijn schouders te handen in Saarbrucken. Het wordt later en we besluiten even buiten Saarbrucken te stoppen bij een mooi restaurant, Le vieux Moulin, dat langs onze weg ligt. Het blijkt een eerder chique bedoeling waar we wel een beetje uit de toon vallen. Bovendien is het restaurant een beetje duur in termen van prijs kwaliteit, tenzij je de chichi van het personeel het betalen waard vindt. We rijden door met de kinderen in pyjama in bed. Tegen 22.30 stoppen we uiteindelijk langs wat we denken dat een rustige weg is. Wat volgt is een vreselijke nacht: warm en elke langsrijdende auto is licht, lawaai en beweging als de vaartwind de mobilhome op zijn vering doet schommelen. Dat doen we nooit meer, vanaf morgen zetten we ons op een camping.
Dag 2: dinsdag 9/7 Sarregueminnes – Haguenau
Het voordeel van een slechte nacht op een geïmproviseerde plek is dat je vroeg onderweg bent. Om 9.00 hadden we al ontbeten en waren we al onderweg. Pauline heeft bewezen dat ze bij de scouts heeft leren afwassen. Dat helpt.
Nu we in deze hoek van Frankrijk zijn besluiten we een bezoekje te brengen aan het slot Felsenstein (kasteel op de rots). Dit is een middeleeuwse ongenaakbare burcht bovenop de rotsen gebouwd en er uit gehouwen. De wandeling er naartoe is mooi: in het slot zelf (dat een paar eeuwen gelden vakkundig is verwoest) ontdekt Margaux dat ze hoogtevrees heeft en is ze eerst met geen stokken de trappen van de toren op de foto op te krijgen.
Na enige overredingskracht van Valérie en mij lukt dit dan toch waardoor we dan toch volgende foto kunnen maken:
In de verte dreigt een onweer en we gaan daar maar wijselijk terug naar de mobilhome. Na een stop voor brood breekt het onweer los zodat we de eerste keer in de mobilhome lunchen. Ook gezellig. We rijden verder naar Wissembourg, een enig mooie Elzasser stad dat nog een redelijk intact Middeleeuws beeld laat zien. Daar informeren we naar adressen van Campings in de omgeving. De stad is prachtig met huizen in vakwerk, mooie straten, veel bloemen maar geen camping in de buurt. Niet getreurd, Haguenau ligt maar een goede 60 km verder in de goede richting dus inpakken en wegwezen. De lokale camping municipal is niet duur, netjes, zeer rustig uitgerust met een speeltuin en vlakbij een openluchtzwembad. Het is redelijk warm en zonnig (ondanks de eerdere onweersbuien en we gaan dan ook in openlucht zwemmen. Brasschaat eat your heart out: hier is er en een 25m bad, een 50 m bad en een speelbadje en zeer grote ligweide waar weinig volk is. Heerlijk. We blijven dan ook bijna twee uur.? Het water is heerlijk (ver)warm(d). Na deze verkwikkende zwemstonde trekken we met de fiets naar de stad om te eten. Via de Routard hebben we een goed adres om te eten. Het eten is lekker, het dessert exquis, de bediening vriendelijk en de rekening ook. Tegenovergestelde van gisteren dus. Na ons avondmaal haasten we ons terug want om 22u gaat de poort van de camping dicht. Daar aangekomen is het licht uit en in bed voor een goede nachtrust.
Dag 3: woensdag 10/7 Haguenau – Freudenstadt
We staan op met een zonnetje, maar ook veel wolken. Na uitgebreid ontbeten (met verse croissants van bij de bakker die Pauline en ik met de fiets gehaald hebben), afgewassen , gebaad en opgeruimd te hebben rijden we om 11u onder de eerste stortbui de camping uit. Als we even later bij een winkel stoppen voor wat extra provisie, is het een doorweekte Valérie die terug instapt. Doel van de rit is vandaag naar Baden Baden te rijden om via de Schwarzwaldhochstrasse naar Freudenstadt te rijden. De wolkbreuk van haguenau blijft ons trouw achtervolgen terwijl we verder rijden naar Baden Baden. Het stopt niet met regenen en het is weer een overdekte lunch. We klimmen recht de wolken in en van de beloofde vergezichten zien we niet veel. De mobilhome is in zijn element: de 1700 cc benzinemotor doet immers niks liever dan hellingen oprijden. Voor de chauffeur in zoverre ontspannend dat je nooit iemand hoeft voorbij te steken en dus altijd de weg voor je vrij hebt. Val je in panne zijn er steeds een stuk of vier auto’s vlak achter je om te helpen. Maar schakelen heb ik wel geleerd. We klimmen in de wolken, maar jammer genoeg nooit er boven. Die hochstrasse is voor ons een tochtje door de mist geworden. Niks vergezichten dus, tenzij je 50m ver vindt. Zo kwamen we aan bij de Mummelsee op 1036m hoogte. Normaal een mooi uitzicht en een leuk bergmeer waarop je kan bootje varen. Wij zagen het echter zo:
De foto is haarscherp, de mist iets minder.
Het rijden door de erwtensoep is zo uitputtend dat ik een half uurtje moet stoppen om een dutje te doen. Uiteindelijk komen we aan in de camping bij Freudenstadt. Dit is duidelijk een viersterrencamping met ruime en mooie sanitaire faciliteiten, een openluchtzwembad (dat we niet gebruiken wegens brrr), speeltuinen (!) familiedouche, en restaurant(je). We eten eenvoudig maar compleet op de camping. Het weer klaart op, met Pauline maak ik nog een kleine wandeling naar een nabijgelegen meertje waar de zon mooi door de uit de bossen opstijgende dampen schijnt. We slapen in een opgeruimde mobilhome die aan 220 volt is aangesloten.
Dag 4: donderdag 11/7 Freudenstadt – Wolfach
Het weer is ’s morgens weer beter en we ontbijten buiten in het zonnetje met verse broodjes. We twijfelen wat we gaan doen nu het weer wat vriendelijker is: verder rijden of terug de Schwarzwaldhochstrasse op om zo eens van het uitzicht te kunnen genieten. We besluiten eerst eens naar Freudenstadt te gaan en dan verder te kijken. In Freudenstadt maken we een kleine wandeling en genieten vooral van het reuzegrote marktplein (dat overigens samen met de hele stad volledig opnieuw opgebouwd werd na WO II). De meisjes spelen in de zon op een speeltuin (misschien een idee om de Groenplaats opnieuw in te richten) op de grote markt.
We lunchen in de warme zon op een terras van een Italiaans restaurant met wat lekker pizza. Omdat de zon dan wel schijnt maar er ook veel lage wolken zijn, besluiten we toch maar niet opnieuw naar boven te rijden, maar om verder te trekken. We stoppen nog eens in Schiltach dat buiten de stad van mengkranenfabrikant Hans Grohe ook een heel mooi middeleeuws centrum heeft. Daar maken we een wandelingetje en drinken iets op een terras op de eeuwenoude markt. De meisjes amuseren zich met de fontein waarin goudvissen rondzwemmen. Weeral weinig toeristen wat het voor ons aangenamer maakt natuurlijk.
We rijden verder naar Wolfach waar een splinternieuwe camping gerund door een Nederlander ons wacht. We worden vriendelijk ontvangen, mogen onze plaats kiezen en profiteren van een rustige avond. Met Pauline rijdt ik met de fiets naar beneden tot bij de rivier om daar te pootjebaden, we fietsen een beetje rond, en Pauline speelt een beetje op een speeltuin wat verder. Eens terug aperitieven we met de Cremant d’ Alsace die Herman (van wie we de mobilhome leenden) voor ons heeft meegegeven en koesteren ons in de avondzon. We eten buiten met een prachtig uitzicht op de ons omringende heuvels (of zijn het bergen). We worden nog getrakteerd op een prachtige zonsondergang in alle mogelijke tinten rood: morgen mooi weer. Op de helling is het bovendien lekker fris: goed voor een zalige nachtrust.
Dag 5: vrijdag 12/7 Wolfach – Titisee
’s Ochtends genieten we van verse broodjes in de zon. Na de ochtendroutine van ontbijt, afwas, douchen en opruimen, vertrekken we iets voor elven uit de camping van Wolfach. Na een korte stop in het stadje voor inkopen, is ons reisdoel het Freilichtmuseum in Gutach. Dit is het Bokrijk van het Zwarte Woud met een mooi beeld op hoe het leven was in dit deel van Duitsland tot een goede 50 jaar geleden. De boerderijen zijn erg mooi en lijken van binnen best gezellig en ruim (zeker vergeleken met hoe men in onze streken woonde). Hout was er dan ook in overvloed. Toch was het zeker geen luxe. Als je wat weemoedig wordt moet je maar denken dat in hele delen van Oost-Europa boeren nog op deze manier wonen en werken en niets liever wensen dan onze “verwende en decadente” levensstijl aan te meten.
Een sterk punt voor Duitsland is dan weer dat we in onze verdere rit door het Zwarte Woud nog verschillende van deze traditionele boerderijen (zie foto) zagen staan die nog bewoond en gebruikt werden. Dat kan je van de Bokrijk boerderijen meestal niet zeggen. Tegen tweeën waren we uitgemuseumd en we rijden een eindje verder tot we een plekje vinden waar we in de zon kunnen lunchen. Dan rijden we door koekoeksklok country (je moet het zien om het te geloven hoe crazy die rage hier nog is) langs de grootste koekoeksklok ter wereld (wie wil dat record buiten Duitsland nu in hemelsnaam breken) naar de Titisee. Dit is een klein natuurlijk bergmeer van 2km lang op 800m breed en het lokale vrijetijdscentrum. Op zoek naar een camping struikelen we de verkeerde binnen: bovenop een steile helling, tussen bejaarden, zonder speeltuin, zonder winkel om over naar huis te schrijven en, voor ons een grote schande met betalende douches: 50 eurocent voor 4 minuten water! We zijn al stevig geïnstalleerd als we dit alles opmerken en we besluiten vanaf nu 2 dingen: a) slechts 1 nacht hier b) vanaf nu een voorbereidende recce van elke volgende camping. We laten het niet aan ons hart komen, bestijgen onze fietsen en maken een ritje rond de Titisee. Dat kan via een mooi aangelegd fiets- en wandelpad. Ondertussen komen we nog drie andere campings tegen. In Titisee zelf is het groot zomerfeest: fanfares, kraampjes, demonstraties deltavliegen en om 23u vuurwerk. Je moet wel 2 euro betalen om mee te doen. Aangezien het vuurwerk voor ons vedettes toch te laat is gaan we een beetje verder eten. Na een Italiaans etentje en een lekker ijsje bollen we terug naar de camping. Amai wat een klim om boven te geraken. Morgen verkassen we!!
Dag 6: Zaterdag 13/7 Titisee – Lindau (Bodensee)
’s Nachts begint het te regenen en voor de eerste keer moeten we binnen ontbijten. In plaats van nog een dag aan de Titisee te blijven beslissen we dan door te rijden naar de Bodensee. Met dit druilerige weer kunnen we hier immers toch weinig doen. We besluiten om langs de Sauschwänzlebahn te trekken. Dit is een spoorlijn die rond 1890 werd gebouwd. Het speciale hieraan is dat om militaire redenen (zware transporten) de hellingen onder de 10m/1000m moesten blijven op een stuk spoorlijn dat twee punten op 9 km van elkaar en een hoogteverschil van 290m te overwinnen: ga er maar aan staan but spare no expense. Het resultaat is de droom van elke modeltreinliefhebber: een spoorlijn die zich over bruggen en door tunnels door het landschap slingert. Toen de lijn uit dienst werd genomen heeft men er een museumbaan van gemaakt die bediend wordt met stoomloks. Het regent constant een fijne miezerige motregen, maar wij zitten binnen. Het is inderdaad een sprookjesachtig traject. De kinderen genieten van het uitzicht en de stoomtrein. Pauline vraagt honderduit en als ik het raam opendoe zijn ze al te blij om naar buiten te kijken. Als we op het keerpunt komen begint het stevig te regenen zodat we binnen blijven zitten. Op de terugweg vallen Margaux en dan Valérie in slaap. Aangekomen in het station gooien we nog een snelle blik op de maquette van
de trein en dan gaat het verder.
We gaan nu recht naar Lindau, dat we uitgekozen hebben als pleisterplek aan de Bodensee. Tegen een uur of zeven komen we daar aan en gaan we naar een camping vlak aan het meer. We hebben onmiddellijk een plaats hoewel de camping erg vol lijkt. Later zien we dat we echt wel geluk hadden. Als je niet op voorhand reserveert ben je niet zeker van een plekje. er is zelfs een wachtparking voor mobilhomes waar je soms een nachtje buiten mag slapen. De camping is dan ook van alle gemakken voorzien met oa familiedouches, kinderopvang, winkel, restaurant, strandbar, … Eens we geïnstalleerd zijn, nemen we de fietsen en rijden naar Lindau. De weg ernaartoe loopt binnendoor langs rustige wegen niet ver van het meer. Het is een aangename fietstocht van een dikke twintig minuten. Lindau is een prachtige stad zeer eenvormig van architectuur. Wat er is aan nieuwbouw gaat mooi op in de historische omgeving. Het is mooi weer, er is een zomerfeest aan de gang er is veel volk op straat en er zijn vele terrasjes. We kiezen een restaurant uit met buitenterras en ondanks enige discussies met Margaux over wat ze nu juist wel drinken eten we lekkere Duitse kost (echt waar). Daarna wandelen we nog een beetje door de stad vooraleer we in het donker terug naar de camping rijden. onderweg krijgt Valérie nog een vermaning van de Polizei omdat haar lichten niet branden. Alert die knapen. OP de camping is het alles in bed en in slaap.
Dag 7: Zondag 14/7 Lindau
Na een ontbijt in de zon met verse pistolets is het de gewone routine met oa de afwas. Tijdens de afwas hebben Pauline en Margaux reuzepret omdat er zoveel zeep in de afwasbak zit dat ze bellen kunnen blazen. De afwas duurde iets langer als anders zal je wel begrijpen.
Omdat men een tusseninweer dag voorspeld had besloten we naar Friedrichshafen te trekken. Daar staat het Zeppelinmuseum. Deze stad is immers DE vliegstad van Duitsland. De rit ernaartoe is zeer mooi. De oevers van de Bodensee staan vol met boomgaarden en wijnranken in plaats van met vakantiedorpen en villa’s. Overal zijn er fietspaden aangelegd en de zon schijnt. In Friedrichshafen is er weer een feest bezig en het is wat zoeken om een parkeerplaats te vinden voor ons autootje. We lunchen in de mobilhome wegens geen plaats om de tafel buiten te zetten. Tijdens het eten zien we de moderne Zeppelin boven ons cirkelen als om ons uit te nodigen om naar het museum te gaan.
Het museum toont de geschiedenis van dit fascinerende transportmiddel. Fascinerend eerder dan economisch. Zowel vroeger als nu is het immers een toestel dat moeite heeft om publiek en investeerders te overtuigen, anderzijds dromers met fantastische plannen aantrekt en blijft aantrekken en voorbehouden blijft voor de rijken. Vandaag is de beloofde ontwikkeling van een groot transporttoestel stilgelegd bij gebrek aan investeerders en kost het 355 euro om een uurtje met dit ding mee te vliegen. Maar de technologie is knap als je de enorme omvang van die luchtreuzen van dichtbij ziet.
Na het museum wandelen we over de dijk van Friedrichshafen en drinken we een glaasje met zicht op het meer. We willen gaan pedaloën en Valérie gaat eerst een trui uit de auto halen vooraleer het water op te trekken. Als we tegen halfzes klaar staan om te gaan watertrappelen, sluiten de verhuurders echter hun deuren. Dan kijken we maar van op het strand naar een demonstratie van de lokale waterskiclub en naar de strapatsen van Margaux die gaat pootjebaden. Ze slaagt er wonderwel in van niet in het water te sukkelen. Uiteindelijk trekken we terug naar de auto. Van Friedrichshafen rijden we naar Kresbronn, een klein kustplaatsje op de weg naar Lindau. Daar is het heerlijk rustig en de meisjes profiteren ervan om hun nieuwe hobby, eendjes voeren, uit te oefenen.
Vlakbij de pier gaan we in een hotel restaurant eten op het terras. Onze tafel staat vlak bij het meer, we eten er zalmforel die vers gevangen werd en heerlijk werd klaargemaakt en overgieten die met een fles witte Hagnau, wijn van de Bodensee onder een milde zon bediend door een kelner die wonderwel frans spreekt. Zelfs de doop van het tafellaken met Cola door Pauline kan hier geen afbreuk aan doen. Een van de betere herinneringen van ons verblijf.
Daarna trekken we Lindauwaarts want het wordt hoog tijd om de bedjes op te zoeken.
Dag 8: Maandag 15/7 Lindau
Het is onder een aangenaam zonnetje dat we weer wakker worden. Vandaag gaan we naar Oostenrijk. Dat is geen kunst want onze camping ligt vlakbij de Oostenrijkse grens. Hoe dicht gaan we vandaag ontdekken. Na ontbijt enz stappen we op de fiets en bollen na 500 m al de grens over. Weer 500 m verder begint er een fietspad dat vlak naast het meer naar Bregenz voert. We zien regelmatig mensen die in het meer aan het zwemmen zijn. Het is erg aangenaam fietsen op dit pad. In Bregenz heb je de Pfänderbahn, een kabelbaan die al dateert uit 1928 en je 1000m hoog voert naar een mooi zicht over de Bodensee op de Pfänderberg. De familie Hellemans daarheen natuurlijk. Kindvriendelijk zoals alles hier is gaan wij goedkoper op en neer dan een jong koppel, een familiekaart is goedkoper dan twee volwassen ticketjes.
De rit is een hele ervaring, het uitzicht mooi. OP de top is er een kleine rondwandeling aangelegd langs een dierenpark dat de bekendste alpendieren (zoals Moeflon en Steenbok) toont. Dit paadje is het uiterste wat we van onze vedettes kunnen vragen op de foto zie je al twee moede kindjes.
Daarna rijden we met de kabelbaan terug naar beneden en gaan in Bregenz eten. Het wordt een pizza op een terras in een winkelstraat in het (weeral) mooie Bregenz. Daarna trekken we terug naar Lindau. Daar mogen de meisjes eindelijk in het meer gaan zwemmen. Het water is 22graden warm. Het is wel een keienstrand. Er zitten eenden en die werden door Margaux genezen van hun zin om ooit nog brood aan te nemen van kleine meisjes. Overenthousiast als ze is, jaagt ze achter de eenden aan, gooit hen te grote stukken brood naar het hoofd en schreeuwt “Eendjes, eten!!”. De arme dieren kiezen wijselijk het ruime sop een ontgoochelde Margaux achterlatend. Na deze inspanning is een ijsje welverdiend en terug bij de mobilhome gaan de meisjes even een dutje doen zodat wij even kunnen ontspannen bij een boekje in een zeteltje buiten bij de mobilhome. We besluiten maar in de camping te blijven eten en we eten wonderwel in de stube bij de camping. Tijdens het eten hangen er dreigende onweerswolken en ’s nachts krijgen we een fikse bui over ons heen.
Dag 9: Dinsdag 16/7 Lindau - Konstanz
Hoewel we ’s ochtends buiten eten hangt er toch een grijze donkere lucht boven ons. Een dagje aan het strand luieren lijkt er niet echt in te zitten en we besluiten na nog een toertje in Lindau gemaakt te hebben door te rijden naar Konstanz te rijden. Eerst moet iedereen nog in bad, zeker de meisjes. Daar is de camping prima voor uitgerust. Alleen vergeeft Pauline me
nooit dat ik die foto in deze tekst heb gestopt.
Daarna rijden we naar Lindau. Daar moeten mobilhomes op een aparte parking staan iets verder van het eiland af. Geen nood want er is alle 20 min een gratis pendelbus naar het centrum van Lindau. Als we op de parking staan zien we de pendel vertrekkensklaar staan en Valérie, Pauline en Margaux stappen al op . Net op dat moment zie ik dat we ook moeten betalen voor de parking. De tijd om een ticket te nemen is echter voldoende om de bus te laten vertrekken met de vrouwen erop. Ik spring dan al gauw op een betalende stadsbus om niet te lang op de volgende pendel te moeten wachten. Dat laat me toe om de mooi Lindaus bussen te bewonderen: lage instap en comfortabel en een ticketautomaat (betalen met euro’s) op de bus zelf: waarom kan de Lijn zoiets niet uitvinden Steve Stevaert? Als we terug herenigd zijn wandelen we nog wat in het mooie Lindau rond. Tegen tweeën keren we terug naar de parking waar we naast de mobilhome eten.
We vertrekken naar Konstanz via Oostenrijk en Zwitserland. Eerst gooien we de tank vol in oostenrijk waar de benzine merkelijk goedkoper is. Het stukje Oostenrijk is eerder klein en eerder verstedelijkt. Voor je het weet zit je al in Zwitserland. Daar komen we nog een echte grens met een echte grenswachter tegen. Als volleerde Europeanen willen we aan de grens doorrijden maar dat was buiten de wachter gerekend die ons streng aanhield. We moesten zelfs onze identiteitskaarten laten zien. Daarna vroeg ie waarom we overladen waren. Toen ik zei dat de mobilhome altijd zo op zijn wielen stond mochten we met een norse knik verder rijden. De drie illegalen in de badkamer heeft hij toch niet gevonden. De rit door Zwitserland was minder mooi dan de overkant van het meer in Duitsland. Meer huizen, minder groen en we waren dan ook niet rouwig toen we nabij Kreuzlingen Duitsland terug binnenreden. Daar moesten we eerst de weg zoeken naar de camping bij Konstanz. Enig zoekwerk leverde ons uiteindelijk twee campings vlak naast elkaar op. Na een korte verkenning door Valérie, kozen we voor de goedkoopste. Het was wel een stuk sjofeler dan in Lindau, maar we stonden. De eigenaar ziet eruit als een drinker, de camping is een stuk minder netjes, er zijn minder voorzieningen. Naast ons staat een mobilhome met een man uit de buurt van Bonn. Hij is teruggekomen op zijn papegaai op te halen. Die was vorige donderdag ontsnapt uit zijn kooi (die was niet op slot met de sleutel en de papegaai had het deurtje geopend) en gaan vliegen. Met de vertrouwde kooi en wat voer kon de papegaai terug overtuigd worden om terug te komen. Toen wij aankwamen zat de papegaai al terug te roepen en te fluiten in zijn kooi tot groot jolijt van de meisjes.
We maakten de fietsen los en vertrekken naar Konstanz. Dit kan langs een mooi bewegwijzerd fietspad dat een flink stuk langs het meer loopt. De fietspaden zijn mooi aangelegd en gemarkeerd met een speciale route naar het centrum van de stad. De Bodensee bezoeken met de fiets is in Duitsland zeker een aanrader. We kijken eerst na waar we morgen moeten zijn voor onze boottocht naar Schaffhausen en waar we de mobilhome kunnen parkeren. Daarna wandelen we door de stad op zoek naar een restaurant. We belanden bij een Griek en eten er zeer smakelijk. Daarna wandelen we rustig terug naar onze fietsen en rijden op het gemakje terug naar de camping. Daar lezen we nog een beetje vooraleer we gaan slapen.
Dag 10: Woensdag 17/7 Konstanz – Titisee
De dag begint weer grijs, maar we kunnen toch buiten eten. We breken snel op want we willen op tijd zijn voor onze boottocht: via de Undersee en de Rijn naar Schaffhausen in Zwitserland varen. Volgens de gids een van de mooiste boottochten op de Bodensee. Eerst rijden we met de mobilhome naar een parking waar we hem veilig de hele dag kunnen laten staan. Ondertussen is het beginnen regenen. Een duurregentje dat het wel even kan volhouden. Dan wandelen we naar het station om tickets voor de boot en de trein terug te halen. Aangezien we op tijd vertrokken zijn, hebben we nog tijd om op een terras iets te drinken. Dat terras staat onder een luifel, want het regent intussen harder en harder. Door de miezer rennen we naar de boot en trekken gelijk naar beneden in het restaurant, de droogte en de warmte. Aangezien het toch middag is bestellen we gelijk iets te eten en te drinken.
Dit was niet echt haute cuisine, maar zoals je op de foto kan zien was er toch al één gelukkige. Het was inderdaad een zeer mooie boottocht ondanks het feit dat het zowat de hele dag bleef regenen. Dit laatste belette ons niet om toch op het bovendek onder de luifel en uit de wind te gaan zitten: het zicht is er toch beter en je zit buiten in plaats van constant in de roef te blijven. Met momenten is de tocht vrij spectaculair zoals op het ogenblik dat om onder een lage brug te kunnen de luifel moet zakken en de ruiten moeten neergelaten worden.
De mooie uitzichten volstaan niet om iedereen te boeien. Op de boot zitten ook twee gezinnen waarvan de mannen niets anders doen dan de ene halve liter na de andere naar binnen te hijsen, nog aangevuld met een fles schnapps.
Uiteindelijk komen we toch in een druipnat Schaffhausen aan. We planden eerste een wandeling door de stad, maar het rotweer kortte deze in tot een wandeling van de kade tot op het perron om de trein te nemen. Deze trein was redelijk spectaculair. Het was een omnibus naar Kreuzlingen (waar we moesten overstappen naar Konstanz) die volgens het spoorboekje onbegeleid was: er was geen conducteur aan boord alleen een bestuurder. Er gebeuren wel sporadische controles. Sommige haltes moet je aanvragen zoals op een bus en voor het overige wordt alles gecontroleerd door de bestuurder. De wagons zijn met een lage vloer zodat ze beschikken over hoge panoramische ruiten. De verluchting is perfect: in dezelfde ruimte door een overloop van elkaar gescheiden zitten rokers en niet-rokers, maar je ruikt niets van de sigaretten. De lage instap maakt het poepsimpel om op te stappen met rolstoel, kinderwagen of fiets (wat je ook gewoon mag doen). De trein rijdt stil en comfortabel. De trein is verre van gratis maar is wel goed gevuld. Misschien toch beter dan gratis treinen? Waarom kan de NMBS dit niet doen op plattelandslijnen en is bij ons het instappen in een trein iets waar je net geen klimhaken voor nodig hebt? In een brochure lezen we ook dat Zwitserland het ook mogelijk maakt om trein en Smart te combineren: op je bestemming staat een Smart op je te wachten om het na traject uit te voeren.
In Kreuzlingen stappen we over op de trein naar Konstanz voor de kortste treinreis: zelfs Berchem en A’pen Centraal liggen verder uit elkaar dan deze twee stations, maar er ligt wel een grens tussen. Echt je zou sneller te voet zijn dan eerst te moeten wachten op de aansluiting naar Konstanz. In Konstanz kopen we een gebakje en genieten ons vieruurtje vanachter in de mobilhome.
We hebben besloten terug naar Titisee te rijden om daar te overnachten. Na ons door de avondspits van Konstanz geworsteld te hebben rijden we op een kleine twee uur naar Titisee. Het blijft intussen grijs en motregen. Bij regen heeft de mobilhome het voordeel dat door de overhangende cabine de voorruit redelijk droog blijft. In Titisee doen we weer de truuk met de campings en vergelijken er twee om dan de beste te kiezen. Op de valreep komen we binnen. Omdat het echt geen weer is om nog te gaan fietsen gaan we eten in het restaurant van de camping dat gehouden wordt door een Italiaanse familie. Daar ontdek ik dat de overal aangekondigde “frische Pfifferlinge” lekkere bospaddestoelen zijn.
Dag 11: donderdag 18/7 Titisee – Freiburg im Bresgau
Bij het ontwaken zijn er opklaringen en toont het weer een veel vriendelijker gezicht. We ontbijten buiten en werken onze ochtendroutine af. De kinderen amuseren zich rot in de kinderdouches. Als we klaar zijn vertrekken we voor een rondrit door het mittlere Schwarzwald. We rijden langs de hoogste Berg van het Zwarte Woud, de Feldberg (1493m) waar de skisport in 1890 in Europa ingevoerd werd. Dit is nog steeds een wintersport oord met overal skiliften en ski infrastructuur. De mobilhome amuseert zich rot: klimmen is zijn favoriete sport!We stoppen even in Todtnau om inkopen te doen en rijden dan naar de Blecher om de top en zijn uitzicht te bewonderen: deze is immers op kinderafstand van de parking gelegen. De weg naar de top is echter afgesloten om milieuredenen en vervangen door een kabelbaan. Ook goed. Eerst lunchen we in de felle zon naast de mobilhome, daarna stijgen we in een geel eitje hemelwaarts.
Na een half uurtje stappen bereiken we de top en een prachtig uitzicht op het Zwarte Woud, de Alpen, de Rijn in Frankrijk… Het is leuk toeven op de top maar we gaan verder dus daar gaan we. We willen nog een zilvermijn gaan bezoeken. Na enig zoeken vinden we de mijn maar die blijkt gesloten te zijn op donderdag, pech dus. Bovendien is het al te laat om nog naar een andere mijn te gaan kijken. We rijden zo via Staufen naar Freiburg. Mijn bobijntje is op, we hebben uiteindelijk toch heel wat gereden en klimmen met de mobilhome is toch wel vermoeiend. Ik ben opgelucht als we eindelijk een plaatsje vinden op een camping vlakbij het centrum van Freiburg. Daar komen we even op adem vooraleer met de fiets naar het centrum te trekken. Dit blijkt weer een zeer mooie stad te zijn. Het is bovendien mooi weer het centrum zit vol studenten die duidelijk in een einde academiejaar sfeer zitten. De terrassen staan buiten er is een straatfeest voor studenten aan de gang.
Een eigenaardigheid van deze stad is dat door de hele stad kleine kanalen in de straten zijn gemaakt waar water door stroomt. Dit is natuurlijk reuzepret verzekerd voor grote en kleine kinderen. Doorheen de stad rijden overal fietsen, verschillende mooie trams en weinig auto’s en veel voetgangers. We eten op een binnenplaats en na het eten amuseren de meisjes zich met een hilarisch spelletje verstoppertje. Na een toer langs het straatfeest trekken we stilaan terug naar de camping voor een verdiende nachtrust.
Dag 12: vrijdag 19/7 Freiburg – Strasbourg
De zon schijnt en we ontbijten met onze broodjes in het zonnetje op ons terras. Valérie heeft gisteravond een mooie lederen vestje gezien in de stad en gaat even snel met de fiets terug om te kijken of haar maat in voorraad is en deze vest even mooi op haar als in de etalage staat. Tegen elven breken we op e n vertrekken voor de wijnroute. Tussen de wijngaarden en de boomgaarden rijden we in het gebied van de Kaiserstuhl naar Burckheim toe. In het restaurant gisteren hebben we een hele lekkere wijn gedronken en daar willen we graag meer van meenemen. Wijnhuis Blecher blijkt ook aan particulieren te verkopen en we parkeren de mobilhome op een parking net buiten het dorp. Eerst eten we naast de mobilhome onze lunch onder de verkwikkende schaduw van onze parasol (heeft die toch gediend). Daarna trekken we dit zeer mooie dorp in. We wandelen eerst wat rond en ontdekken op het kerkhof dat de familie Blecher een van de oudste families van het dorp moet zijn. Dat blijkt ook zo te zijn als we gaan proeven en ontvangen worden door een jonge meneer Blecher, de elfde generatie wijnbouwers van zijn geslacht. Zij hebben hun bedrijf midden in het dorp met kelders onder een oud huis. Om toch te kunnen uitbreiden hebben ze een groter gebouw buiten de stadsmuren waar oa de vendange gebeurt en de flessen opgeslagen worden. Het druivensap wordt naar het huis in het dorp gebracht door twee “vin-o-ducs” pijpleidingen van 120 m lang en 4cm doormeter. Daar rust de rode wijn op eiken vaten (vonden we minder lekker) en de witte wijn in inoxen vaten. Het bottelen gebeurt ook daar, de flessen worden dan tijdelijk buiten het dorp opgeslagen. Etiketteren en verkopen gebeurt dan weer in het dorp.
Na Burckheim trekken we de grens over naar Frankrijk om de route des vins de l Alsace te bekijken. Je ziet dat je de grens over bent: de urbanisatie in Duitsland is beter en je ziet gelijk meer nationaliteiten. In Duitsland zijn de toeristen overwegend Duits met hier en daar wat Nederlanders en Belgen nu en dan eens een Brit. In Frankrijk zie je heel Europa rondrijden. De route des vins is erg mooi maar veel commerciëler dan de evenknie aan de overkant van de grens. Om nog tijd te hebben om Strasbourg te bezoeken besluiten we wat te versnellen en gaan via de snelweg naar deze Europese stad. In Strasbourg vinden we redelijk snel de camping municipal. We installeren ons en aperitieven eerst in het zonnetje op het gras. Daarna pakken we de fiets en trekken naar de stad. Strasbourg is erg fietsvriendelijk: buiten fietspaden mag je met je fiets zo ongeveer overal rijden. overal waar er verbodsborden staan, hangt er meestal een bordje “sauf cyclistes” onder. Ideaal dus om met de kinderen wat van de stad te zien. Na een uurtje sight seeing gaan we een restaurant zoeken.
De Routard helpt ons aan een adres. Ik wil nu toch wel eens een tarte flambee (flamenkuchen) proeven en ontdek dat dit een soort van pizza met kaas en hesp is. De meisjes en ik eten er elk eentje op. Vlakbij het restaurant ontdekt Margaux een uitlaat van een airconditioning. Als een echte Marylin Monroe gaat ze op de grille staan en ze kunnen hun pret niet op. Oordeel zelf maar:
Stilletjesaan trekken we terug naar de camping en gaan slapen.
Dag 13: Zaterdag 20/7 Strasbourg – Berchem
Na een dagje rijden komen we om 18.00 in Berchem aan. Maandag werken voor Valérie en mij, speelpleinen voor Pauline en Margaux.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten